Vaatafsluitingen in het oog

Wat zijn vaatafsluitingen in het oog?

De bloedvoorziening in het oog bestaat uit slagaders (arteriën) die het bloed aanvoeren en aders (venen) die het bloed afvoeren. Bij een vaatafsluiting ontstaat een doorstromingsprobleem en gaat het oog minder functioneren. Er zijn drie typen afsluitingen die hier worden besproken. De oogartsen van Oogziekenhuis Zonnestraal kunnen altijd meer informatie over vaatafsluitingen geven, indien u nog vragen heeft.

Veneuze afsluiting in het netvlies

Veneuze afsluiting in het netvlies
Door de afsluiting van een van de aders kan het bloed niet meer uit het netvlies afgevoerd worden, de wanden gaan lekken en bloed, vocht en eiwitten komen in het netvlies. Wanneer een kleine ader is afgesloten, vindt dit plaats in een klein deel van het netvlies. Wanneer de grote ader van het oog afgesloten is, treedt de lekkage in het gehele netvlies op (vena centralis retinae afsluiting). Daar waar de lekkage is opgetreden functioneert het netvlies slechter en gaat het zicht achteruit.

Afhankelijk van de grootte van de afgesloten ader vermindert de gezichtsscherpte in een deel van het gezichtsveld of neemt het totale zien af. Indien grote gedeeltes van het netvlies door de afsluiting een zuurstoftekort krijgen, ontstaan nieuwe bloedvaten in het oog (vaatnieuwvorming). Deze vaten zijn van slechte kwaliteit, ze lekken snel en kunnen aanleiding geven tot bloedingen. Indien deze vaten op andere plekken dan in het netvlies groeien, kunnen ze drukverhogingen in het oog (neovasculair glaucoom) veroorzaken.

Diagnose
De diagnose wordt gesteld door oogheelkundig onderzoek waarbij de pupil verwijd wordt om het netvlies goed te kunnen beoordelen. Soms worden kleurencontrastfoto's (fluorescentie angiogram) van het oog gemaakt om de mate van schade vast te stellen. De vaatafsluiting wordt veroorzaakt door veranderingen

in de vaatwand. Dit kan o.a. optreden bij te hoge bloeddruk, aderverkalking, suikerziekte en een groot aantal minder frequent voorkomende aandoeningen. Meestal treedt de afsluiting op bij oudere leeftijd en is er al sprake van een van de voorgenoemde oorzaken. Jongere patiënten en mensen zonder voorgenoemde aandoeningen, worden vaak naar een internist verwezen voor uitgebreider onderzoek naar aandoeningen die de vaatafsluiting kunnen veroorzaken. Een oorzaak wordt niet altijd gevonden.

Arteriële afsluiting van het netvlies

Bij arteriële afsluiting van het netvlies krijgt een deel van of het gehele netvlies geen zuurstof meer. Het netvlies houdt dan direct op met functioneren en sterft na ongeveer 24 uur af.

Doordat het netvlies direct ophoudt met functioneren merkt de patiënt dat het zien ineens minder is geworden in een deel van of het gehele gezichtsveld. Net als bij een veneuze afsluiting in het netvlies, kunnen bij een arteriële afsluiting van het netvlies door het zuurstoftekort nieuwe bloedvaatjes gevormd worden die snel kunnen bloeden.

Diagnose van Arteriële afsluiting
Door oogheelkundig onderzoek waarbij de pupil verwijd wordt, kan de oogarts veranderingen in het netvlies zien die passen bij de arteriële afsluiting van het netvlies. Gezichtsveldonderzoek kan de uitgebreidheid van de afsluiting in kaart brengen.

Onderzoek naar de oorzaak van de afsluiting (b.v. een bloedpropje vanuit elders in het lichaam) is nodig om herhaling te voorkomen. Met name het hart en de grote halsslagaders dienen onderzocht te worden. Soms gaat de afsluiting gepaard met klachten van algemeen ziektegevoel. De oorzaak kan dan een ontsteking van de grote slagaderen zijn (arteritis temporalis). Een hoge bloedbezinking en eventueel pathologisch anatomisch onderzoek van een stukje bloedvat uit de slaap, kunnen dan de diagnose geven.

Afsluiting van de vaatvoorziening van de oogzenuw (nervus opticus)

Indien de vaatvoorziening van de oogzenuw afgesloten raakt, krijgt de oogzenuw geen zuurstof meer en houdt op met het doorgeven van de signalen van het netvlies naar de hersenen.

Doordat de hersenen nauwelijks signalen van het netvlies krijgen, ziet de patiënt weinig tot niets meer met het aangedane oog. Indien slechts een deel van de vaatvoorziening is afgesloten, kan de patiënt in het bovenste of onderste deel van het gezichtsveld niet meer zien.

Diagnose
Door middel van oogheelkundig onderzoek, waarbij de pupil verwijd wordt, en eventueel gezichtsveldonderzoek en kleuren contrastfoto's, kan de diagnose gesteld worden. Vaak volgt onderzoek naar de oorzaak van de afsluiting (op oudere leeftijd vaak vaatverkalking). Een arteritis temporalis (zie arteriële afsluiting van het netvlies) kan ook een afsluiting van de vaatvoorziening van de oogzenuw geven.

naar boven